Erfgoedobjecten en aanduidingsobjecten
Op 13 mei lanceerden we een gloednieuwe Inventaris Onroerend Erfgoed. Wie de nieuwe inventaris al gebruikte, zag dat er vijf datasets zijn: erfgoedobjecten, aanduidingsobjecten, personen, thema's en gebeurtenissen. Erfgoed- en aanduidingsobjecten vormen samen de kern van de inventarisdatabank; de andere drie datasets komen in een later bericht aan bod.
De erfgoedobjecten zijn het kloppend hart van de inventaris: de dingen die wij en jullie als erfgoed beschouwen, van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal en het Gravensteen tot het Zwin, een kapel, een boom, een schip of een orgel. De focus ligt niet op de juridische gevolgen, maar op de wetenschappelijke informatie: wat is het, hoe groot, waar, hoe oud, hoe ziet het eruit, wie was betrokken, waar vind je meer info? De afbakening van zo'n erfgoedobject is in de praktijk vaak wat vaag — bij het Gravensteen zal de ene enkel de burcht zien, een andere ook de gracht, en nog een derde het Sint-Veerleplein erbij rekenen. We kiezen telkens één afbakening, zonder die als heel exact te beschouwen.
De aanduidingsobjecten zijn daarentegen het erfgoed zoals het juridisch verankerd is: de bescherming of vaststelling van een erfgoedobject. Waar de grens van een erfgoedobject wat vaag mag zijn, moet die van een aanduidingsobject onbetwistbaar zijn, want ze bepaalt welke rechtsgevolgen gelden op een stuk Vlaanderen. Sinds het nieuwe Onroerenderfgoeddecreet bakenen we ook vastgesteld erfgoed af met een polygoon in plaats van punten. Bij een aanduidingsobject draait het om: hoe groot precies, welk type aanduiding, waarom heeft dit erfgoedwaarde, en welk besluit of document onderbouwt die beslissing? Eén erfgoedobject kan trouwens meerdere keren verankerd zijn onder verschillende statuten.

De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, een erfgoedobject en zijn aanduidingen
Bekijk je bijvoorbeeld de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, dan zie je vier aanduidingen: een vaststelling als bouwkundig erfgoed, een aanduiding als Unesco-werelderfgoed, een bescherming als monument, en een bijkomende bescherming van een stukje muur als monument. Het erfgoedobject "de kathedraal" vertelt je wat het is; de aanduidingsobjecten vertellen je in detail wat er met de verschillende onderdelen ervan kan.
Kon het niet eenvoudiger?
Dit onderscheid lijkt op het eerste gezicht complex en arbitrair. Het ontstond bij het project van de beschermingsdatabank, kort na de samensmelting van het agentschap Ruimte en Erfgoed en het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed. Het eerste beheerde de beschermingsdatabank, het tweede de inventarisdatabank, die toen bestond uit een aantal aparte inventarissen (bouwkundig erfgoed, tuinen en parken, houtige beplantingen, ...), elk met een eigen fiche per element.
Omdat de beschermingsdatabank op dat moment veel minder mogelijkheden bood dan de inventarisdatabank, werd al het beschermde erfgoed toegevoegd aan de inventarisdatabank, meteen voorzien van afbeeldingen, thesaurustermen en uitgebreide beschrijvingen. In dat eerste datamodel werd beschermd erfgoed identiek beschreven als geïnventariseerd erfgoed: een fiche voor een kerk in de inventaris bouwkundig erfgoed, een aparte fiche voor diezelfde kerk als beschermd monument, en mogelijk nog een fiche als onderdeel van een dorpsgezicht. Die fiches herhaalden grotendeels dezelfde inhoud, met soms lichte verschillen door een afwijkende afbakening — een nachtmerrie om te onderhouden zodra er nieuwe inzichten over een gebouw aan het licht kwamen.
Een gelijkaardig probleem speelde tussen de verschillende inventarissen zelf. Toen ze nog op papier verschenen (zoals de reeksen M&L Cahiers en Bouwen door de Eeuwen Heen), was overlap tussen bijvoorbeeld een historische tuin en het bijhorende bouwkundig erfgoed nog behapbaar; online bleek dat minder evident, met soms tegensprekelijke fiches.
Uiteindelijk gooiden we het roer om door twee zaken strikt te scheiden. Enerzijds de inhoudelijke informatie, die we op zo weinig mogelijk plaatsen tegelijk willen bijhouden: elk erfgoedobject krijgt nu één of meerdere disciplines (archeologisch, bouwkundig, landschappelijk, varend), en we brengen zo veel mogelijk informatie samen in één fiche, ongeacht welk deel ervan beschermd is. Anderzijds de juridische informatie, die we los willen kunnen behandelen — een bescherming kan bijvoorbeeld ophouden te bestaan zonder dat het erfgoed zelf verdwijnt. Zo herwerkten we de beschermingsdatabank tot een databank van aanduidingsobjecten, een term die we ontleenden aan Historic England, waar men spreekt van designation voor het formeel toekennen van rechtsgevolgen aan erfgoed.
Alles is verbonden
Ons erfgoed is groot en verscheiden, en elke fiche zet maar een klein stukje van de werkelijkheid in de schijnwerper — stukjes die met elkaar verbonden zijn. Daarom leggen we al een tiental jaar relaties tussen objecten. Waar erfgoed vroeger vooral puntsgewijs beheerd werd, is er al jaren een beweging naar grotere gehelen en contexten die even belangrijk zijn als de kleine elementen. Vroegere bouwkundige gehelen, archeologische zones en ankerplaatsen zijn intussen allemaal erfgoedobjecten geworden, met een consequent onderscheid tussen gehelen (grote oppervlaktes) en elementen (kleinschalige stukjes erfgoed). Sinds 2009 koppelen we erfgoedobjecten met drie relaties:
- is gerelateerd aan: een verband tussen twee objecten, zonder dat het ene het andere omvat — bijvoorbeeld een kolenmijn en een mijnwerkerscité.
- omvat: het ene erfgoedobject omvat het andere, zoals een kasteeldomein dat het koetshuis omvat, of een kerk die een apart beschreven orgel bevat.
- is deel van: het omgekeerde van
omvat— het orgel is deel van de kerk, het koetshuis deel van het domein.
Voor de interactie tussen erfgoed- en aanduidingsobjecten onderscheiden we drie relaties:
- is aangeduid als: het erfgoedobject en het aanduidingsobject zijn (quasi) identiek qua afbakening — het erfgoedobject is dus (ongeveer) volledig beschermd of vastgesteld.
- omvat de aanduiding als: het erfgoedobject is groter dan het aanduidingsobject, bijvoorbeeld een kerk waarvan enkel de toren beschermd is.
- is deel van de aanduiding als: het erfgoedobject is kleiner dan het aanduidingsobject, bijvoorbeeld een individuele boom in een beschermd landschap.
Help, ik zoek iets!
Wanneer gebruik je nu welke dataset? Je kan zoeken naar erfgoedobjecten of zoeken naar aanduidingsobjecten, en beide formulieren bieden filters die met rechtsgevolgen te maken hebben. Bij de erfgoedobjecten zoek je primair op inhoudelijke kenmerken — de eenheid van informatie is erfgoed. Bij de aanduidingsobjecten zoek je op kenmerken van de aanduiding zelf — de eenheid van informatie is een juridische beslissing over erfgoed.
Zoek je bijvoorbeeld naar beschermde bibliotheken, dan geeft typologie=bibliotheken + rechtsgevolgen=beschermd bij de erfgoedobjecten 17 resultaten, terwijl typologie=bibliotheken + categorie=beschermingen + geldig=true bij de aanduidingsobjecten 22 resultaten oplevert — niet helemaal hetzelfde. In het eerste geval gaat het om 17 erfgoedobjecten die (deels) een bibliotheek zijn en waarop een bescherming rust; in het tweede om 22 beschermde objecten die iets met een bibliotheek te maken hebben. Zo is het Kasteeldomein van Loppem tweemaal beschermd: als landschap in zijn geheel, en het landhuis met bijgebouwen apart als monument.
Door onze informatie op te delen in erfgoedobjecten en aanduidingsobjecten kunnen we flexibel omgaan met inhoudelijke informatie en aanvullingen doen, zonder te raken aan de wettelijk verankerde gegevens. Heb je zelf nog suggesties om onze informatie begrijpelijker te maken, neem dan contact met ons op.